Wat is PPPD?
De afkorting staat staat voor Persistent Postural Perceptual Dizziness. De afkorting dient als eerste niet verward te worden met BPPD. Hoewel de afkortingen veel op elkaar lijken, verschillen ze sterk van elkaar in presentatie van klachten.
Wanneer we spreken over PPPD, hebben we het over een chronische vorm van
duizeligheidsklachten. Deze komt in de praktijk vaak voor na een doorgemaakte periode van duizeligheidsgerelateerde klachten. Soms direct volgend op zo’n periode, soms over langere tijd ontwikkeld na een periode van duizeligheid.
PPPD wordt als ziekte erkend in de International Classification of Diseases. Het is echter niet mogelijk om de ziekte in kaart te brengen met medische beeldvorming zoals rontgenfoto’s of hersenscans. De diagnose wordt gesteld door de anamnese (het interview wat met de patiënt wordt gehouden) en de eventuele medische voorgeschiedenis van de patiënt.
Symptomen van PPPD
PPPD is een klacht die per patiënt sterk symptomatisch kan verschillen. Vandaar de 3 e P uit PPPD: perceptief. Wat de ene patiënt ervaart aan klachten, kan sterk verschillen van hoe een andere patiënt met dezelfde diagnose zijn of haar klachten beleeft. Over het algemeen hebben patiënten last van een of meerdere van de volgende symptomen:
- Klachten van duizeligheid (met of zonder draaigevoel), instabiliteit, gevoel
te deinen/schommelen/heen-en-weer en/of op-en-neer te gaan - Grillig klachtenbeeld: klachten kunnen per dag of op de dag verschillend zijn
- Klachten verergeren in de regel wanneer de patiënt zelf beweegt of passief bewogen wordt. Daarnaast kan het zien van beweging om ons heen of visueel, drukke beelden ook klachten oproepen.
Ervaren klachten door de patiënt zorgen vaak voor aanpassingen en/of vermijding in beweeggedrag maar soms ook in het gedrag in (sociaal) prikkelende situaties. Denk aan feestjes, recepties maar ook aan een simpel bezoek aan de supermarkt of het stadscentrum.
In de praktijk frustreert het patiënten vaak dat ze door bovenstaande klachten gehinderd worden in allerlei situaties in het dagelijks leven, maar ook dat de klachten niet altijd herkend worden door het grillige beloop. De ziektelast kan door deze klachten erg hoog oplopen.
Ik heb de diagnose PPPD gekregen, wat nu?
Wanneer een specialist of paramedicus denkt aan de diagnose PPPD, heeft dit zoals bij iedere diagnose, gevolgen voor het behandeltraject.
Maar vóór tot behandelen wordt overgegaan, is een stuk educatie over de klachten op zijn plaats. De patiënt moet uitgelegd worden waarom aan deze diagnose wordt gedacht en welke tekenen wijzen naar deze diagnose.
Het kan voor patiënten verwarrend en frustrerend zijn dat er geen duidelijke medische afwijkingen gevonden wordt.
Inmiddels is door onderzoeken naar de aandoening duidelijk geworden dat het ontwikkelen van deze aandoening een complex samenspel is tussen het brein en het evenwichtssysteem. De patiënt wordt als het ware ‘overgevoelig’ voor normale prikkels uit het dagelijks leven. Dit kunnen beweegprikkels of visuele prikkels zijn. Met andere woorden; de patiënt reageert abnormaal op een normale situatie of beweging. Het brein is hierin de grote katalysator, het brein hoort ons te helpen om veilig van onveilig, in- of uit balans te kunnen onderscheiden. Kennelijk gaat hier iets mis.
Een voorbeeld van de rol van het brein is het verschil tussen een balansoefening op de grond en een balans oefening op een pilaar van 2 meter hoog. De balansoefening die je uitvoert op de grond verschilt niet van de oefening op een pilaar van 2 meter hoog.
Toch zal de wetenschap dat je die balans oefening op een smal oppervlak op die hoogte ervoor zorgen dat de balansoefening duidelijk anders zal aanvoelen. Het brein speelt hierin een heel sterke en overtuigende rol.
Al deze informatie die het brein in een normaal geval hoort te geven, is een onbewuste stroom van informatie. We lopen tenslotte in het dagelijks leven al jaren op twee benen, maar plotseling is dat niet meer zo vanzelfsprekend als deze klachten een rol gaan spelen.
De behandeling van PPPD
De behandeling van een complexe klacht zal, zoals het zich al laat aanzien, ook geen eenvoudige taak worden. Want als het brein zich, als gevolg van de PPPD, zo is gaan gedragen zoals het doet, hoe kun je dat weer terugbrengen naar normaal?
In de praktijk zien we dat veel klachten uiteindelijk een sterke relatie kennen met angst. Dit kan in vele vormen een rol spelen. Angst voor het gebeuren in het verleden, angst dat het nog een keer gebeurt, angst voor verergering en in heel veel gevallen angst om te vallen.
In de wetenschappelijke literatuur worden meerdere vormen van behandelingen besproken. Vestibulaire revalidatie, cognitieve gedragstherapie en behandeling met medicatie hebben de beste papieren om bij een patiënt voor verbetering te kunnen zorgen volgens onderzoeken. Echter bij iedere individuele patiënt moet worden gekeken waarom de klacht is ontstaan en
waar de patiënt tegen aan loopt, om te kunnen slagen met je behandeling.
Er is geen sprake van een ‘quick-fix’ of een ‘one size fits all-behandeling’.
Zo omschrijven cliënten hun klachten bij ons in de praktijk
‘Wanneer ik buiten ga lopen, voel ik me onzeker. Ik loop het liefst als er iemand bij me is, ik hoef niet veel steun maar die ingehaakte arm geeft zoveel meer zekerheid. Ik loop het liefst een beetje op bekend terrein rondom mijn huis. In het dorpscentrum heb ik meer klachten door de drukte en het verkeer. Daarbij vind ik het onprettig als een bekende me aanspreekt, ik wil gerust een praatje maken maar stilstaan bezorgt me meer klachten’.
Wanneer een patiënt duizeligheidsklachten of onbalans tijdens lopen of staan aangeeft, is het zinvol om te onderzoeken wat dit voor de patiënt zo onprettig maakt. Het opkomen van bijvoorbeeld duizeligheidsklachten als symptoom, betekent dat het lichaam en brein reageren op de onprettige situatie. Terwijl de patiënt deze situatie vóór de klachten misschien al wel honderden keren heeft doorgemaakt zonder problemen.
Het brein kan zich gelukkig ook weer terug aanpassen aan deze normale, ongevaarlijke situatie. Als therapeut bespreken we de situatie met de patiënt, nodigen de patiënt uit om zich bloot te stellen aan de situatie in oefenvorm (exposure!) en proberen de patiënt voornamelijk lijfelijk te laten ervaren dat de situatie niet bedreigend of gevaarlijk is. Door fysieke en mentale ontspanning en het richten van positieve aandacht op de intentionele taak, kunnen ervoor zorgen dat de patiënt de situatie weer in zijn/haar voordeel kan ombuigen.
Bovenstaande aanpak kost tijd, geduld en energie. Patiënten wordt al snel verteld dat het behandeltraject is zoals de training voor een marathon. Mensen die in training gaan voor een marathon, kunnen ook niet in week 2 al 10km hardlopen. Dat kun je conditioneel nog niet aan of je raakt geblesseerd. Rustig opbouwen is dus key!
Het behandeltraject van een PPPD beeld duurt bij Fysio Vertigo om en nabij de drie maanden. De patiënt kan hierin zelf veel betekenen. De duur van het revalidatietraject is sterk afhankelijk van de situatie van de patiënt, maar ook van de toewijding van de patiënt.
Het kan zinvol zijn om een partner of bekende eens mee te nemen naar een consult bij de fysiotherapeut. Deze herkent wellicht signalen uit de dagelijkse situatie van de patiënt en kan bijdragen om de patiënt bewust te maken van het herkenbare gedrag thuis.
Het horen van de educatie van de fysiotherapeut door 2 mensen wordt ook als positief ervaren. 2 horen immers meer dan 1.